Erg warm is het niet. Ijzig koud zelfs. De wind gaat dwars door mijn kleren heen en de regen slaat in mijn gezicht. Je slaat een arm om me heen en stilletjes bedenk ik me dat dit weer ideaal is om me goed wakker te schudden. Een half uurtje geleden lag ik immers nog in bed, naast jou. Dat was een stuk warmer en aangenamer.
Het laatste stukje moeten we rennen, de bus komt al voorbij razen en ik haal hem nog maar net. Heel vlug geef je me nog een kusje en dan is het weekend voorbij. Vreemd hoe leuke tijden altijd zo snel lijken te gaan.
Station Heerlen. Ik stap de bus uit, de regen in. Langzaam probeer ik de trappen af te lopen zonder uit te glijden. En hoewel dit een hectische, koude, natte ochtend is, merk ik op dat ik eigenlijk overgelukkig ben. Echt overgelukkig. En dat terwijl er misschien niet eens zoveel is om gelukkig mee te zijn.
Ik werk fulltime als kassameisje bij de McDonalds. Ik heb geen geld. Ik heb ook geen studie. Ik heb geen 20 vrienden. Ook geen 10. Ik doe al mijn boodschappen bij de Lidl. Avondjes uitgaan kan ik niet betalen. Leuke dagjes shoppen ook niet.
Ik heb de beste ouders die er zijn. Ik heb het aller-aller-aller-allerliefste vriendje ter wereld. Ik heb 2 geweldige zussen. Ik heb een oude fiets die me overal naartoe brengt. Ik heb een baan. Ik heb een kamertje in Maastricht. Ik kan schrijven. Ik kan yogalessen nog net betalen. Ik heb een sinaasappelboompje op mijn kamer.
Misschien is er meer dan genoeg om gelukkig mee te zijn.
Vannacht lag jij tegen me aan. We lagen verstopt onder een hele warme deken en jouw arm lag om me heen. En telkens als jij inademde voelde ik je buik tegen mijn rug drukken.
We lagen op een goedkope Ikea-slaapbank, onder een deken die in de uitverkoop was. We lagen in een studentenhuis dat gerund wordt door een gejaarde, chagrijnige huisbaas. We lagen in Heerlen, volgens velen de meest depressieve stad van dit land.
En toch was ik gelukkig. Niet zomaar gelukkig, maar overgelukkig. Er is meer dan genoeg om gelukkig mee te zijn.
Stilletjes vraag ik me af waarom ik hieraan begonnen ben. Mijn ene arm zit in een rare boog, en mijn andere arm probeert met alle mogelijkheid een voet te raken. Het lukt niet.
Het zag er zo makkelijk uit op het plaatje, maar inmiddels weet ik wel beter. "Houd deze houding 2 minuten vol," stond er naast het plaatje. Ze hadden het beter een eeuwigheid kunnen noemen.
Ik kijk naar de stopwatch. Nog 40 seconden te gaan. Ik strek mijn ene arm nog wat verder uit en probeer dat vol te houden. Ergens in mijn schouder doet het pijn, mijn buik vindt het ook niet leuk meer, mijn arm geeft rare pijnscheuten en ook mijn benen protesteren hevig.
Ergens twijfel ik of dit nog wel goedkomt. Mijn lichaam lijkt een bodemloze put te zijn, ik denk niet dat ik hier ooit vordering in krijg. Het is gewoon al te ver gegaan. Minutenlang uithijgen na traplopen, dagenlang spierpijn van een simpele seksbeurt. Ik ben een soort bejaarde.
20 seconden. Stilletjes begin ik af te tellen, en voor de zoveelste keer corrigeer ik mijn houding. Ergens ben ik toch wel trots. Ik heb deze week nu al elke dag geoefend, en ondanks dat mijn lichaam protesteert heb ik nog geen enkele dag zoveel spierpijn gehad dat ik niet meer kon oefenen.
5, 4, 3, 2, 1. Heel langzaam kom ik overeind en strek mijn rug even goed uit. Mijn rug en nek laten weten dat er spieren zitten waarvan ik totaal niet wist dat ze er zaten. Mijn buik geeft me het gevoel dat ik zo'n intensieve workout heb gedaan dat er morgen wel een wasbordje moet zitten. Ergens in mijn billen zit een zeurende pijn, en had ik mijn benen al genoemd?
"Rust na deze oefening 10 minuten uit," staat er in de beschrijving. Ik loop naar de bank en ga liggen. 10 minuten uitrusten. Daar was ik ook echt wel aan toe.
Eigenlijk had ik niet eens zin. M'n leven was toch al 1 grote sleur geworden en ik had geen zin om moeite te doen. Die middag had ik het wel heel stoer tegen Dave gezegd, dat ik weer eens naar yoga zou gaan, maar toen ik na werk eenmaal thuis zat leek het zinloos. Ik was moe van het werken, het regende buiten en als ik nog wilde gaan moest ik haasten. Ik haat haasten.
Ik ben toch gegaan. Eigenlijk om niet voor Dave onder te doen. Om de volgende dag te moeten zeggen; 'Nee, ik ben toch niet gegaan. Ja, ik ben een mietje.' Daarom ben ik uiteindelijk gegaan.
En het regende zachtjes en ik fietste heel snel en ik hoopte maar dat het mee zou vallen.
Met een knal sloeg ik de deur dicht. Het was precies half 7, en binnen lagen de matten al klaar. Roel keek me verrast aan. 'Heeee, Anne!' zei hij met een opgewekt gezicht, kwam op me af lopen en gaf me een hand.
Het duurde even voor ik weer bij kwam, mijn conditie was echt slecht en ooit zou ik er iets aan gaan doen. 'We gaan even naar de ruimte hiernaast,' zei Roel. 'Hier in de grote zaal hebben we nog geen verwarming, dus voorlopig even in de kleine ruimte.'
In de kleine ruimte stond iedereen al klaar. Vlug trok ik m'n schoenen uit en ging zitten. En toen ik daar even zat, in die kleine, donkere ruimte, voelde ik me ineens heel rustig worden. Ik keek even wat rond en vroeg me af waar deze ruimte nog meer voor diende. De vloer was bezaaid met allemaal verschillende matten, in de ene hoek stonden 2 banken en een oude salontafel, in een andere hoek een eenzame kast en in nog een hoek lag een tweepersoons matras met wat dekens erop. Het geheel was sjofel maar toch best gezellig.
Eigenlijk is een matras op de grond veel gezelliger dan een bed, bedacht ik me. En eigenlijk zou ik dat later ook moeten doen. Het heeft wel wat, zoveel mogelijk dingen zo laag mogelijk bij de vloer.
We begonnen met een warmingup, die voor mij altijd als een hele training aanvoelt. En op het moment dat ik op mijn ademhaling begon te letten voelde ik ineens alles wegstromen.
We begonnen een set die heel erg gericht was op de ruggegraat, en omdat ik deze set al eens eerder had gedaan wist ik dat hij niet makkelijk was. Pijnlijk zelfs. Mijn rug is, mede door een verkeerde houding, toch een beetje een zwakke plek.
Toen ik minutenlang achter elkaar op mijn knieen zat, mijn rug steeds bol en hol maakte, en dan weer bol en hol, en nog eens bol en hol, en ondertussen een bepaalde manier van ademhalen had aangenomen, vroeg ik me af waarom ik in godsnaam hierheen was gekomen. Dit was niet leuk! En Roel ging, naar mijn mening, ook veel te lang door met die stomme oefeningen.
Het duurde even voordat ik er een soort van plezier in begon te krijgen. Plezier is misschien niet eens het goede woord. Ondanks mijn rug die tegensputterde omdat ik hem nu eens wat aandeed, voelde ik me langzamerhand wegzweven. En eigenlijk viel alles weg. Dingen als werk, geld, studie, waren er niet meer. Ik was even alleen ik. Zonder bagage of rotzooi op mijn schouders.
Na een uur lang houdingen aannemen die ik overal, maar dan ook echt ooooveral, in mijn lichaam voelde, mochten we gaan liggen. Op m'n rug, ogen dicht. Dit gebeurde altijd na een yogales, 10 minuten lang alleen maar liggen en stil zijn.
Een moment voelde het alsof ik high was. Het volgende moment voelde ik me alsof ik, alsof ik... Ik wist het even niet meer, ergens aan denken lukte me niet meer, en eigenlijk lukte me niets meer. Dat hoefde ook niet. Toen Roel na eeuwen weer rustig begon te praten was het net alsof ik wakker schrok uit een trance. Langzaam kwam ik overeind en probeerde terug te denken aan wat net was gebeurd. Gedachten herinnerde ik me niet meer, het immense gevoel van rust wel. En het lichte gevoel in mijn hoofd is nog urenlang gebleven.
De yogales was voorbij, ik heb nog een uur met Roel nagepraat en ben nog enthousiaster geworden. Na de les regende het pijpenstelen, en ben ik zingend naar huis gereden. De regen die ik tot op mijn onderbroek voelde, was heerlijk. Ik heb nog nooit zo goed geslapen als vannacht. En ondanks dat ik nu spierpijn heb in mijn rug, armen, billen, buik en bovenbenen, ga ik volgende week weer. Zeker weten.
Al geloof ik
al lang niet meer in sprookjes
Toch denk ik dat
magie
ergens wel bestaat
Het was de erwtensoep
en de pannekoeken
Het was weer liggen
in mijn oude
eenpersoons
bed
Het was de natte neus
van Rebbel
De lach van mijn zusje
Het was het geluid dat
overal
in huis aanwezig was
Het was de geur van
sigaretten
in de avond
Het was een bezette badkamer
Het was buiten
wandelen, over de hei
Het was praten
luisteren
zwijgen
Ook al geloof ik
al lang niet meer in sprookjes
toch denk ik dat
magie
ergens wel bestaat
Thuis
Ik weet het niet zeker, maar volgens mij ben ik niet bang voor de dood.
Bang voor wat er dan komen gaat. Het enige waar ik, denk ik, moeite mee
zou hebben, is het afscheid nemen. Daar ben ik gewoon niet zo goed in.
Zeker weten doe ik het niet, want eigenlijk denk ik niet zoveel na over
de dood. Het is nog een ver-van-mijn-bed show. Voor de bewoners van
hospice Laurens Cadenza is het dat niet.
Maandagochtend. Ik heb net een lekker ontbijt gemaakt en zet, eigenlijk uit pure verveling, de televisie aan.
Op Nederland 1 een persconferentie van Dirk Scheringa, die ik maar
even aan me voorbij laat gaan, en op Nederland 2 een documentaire
gemaakt door de Katholieke Omroep. Ik blijf even hangen, want meestal
zijn dat docu's die me stil maken.
De gok is goed want 20 minuten later zit ik te snotteren. Hospice
Cadenza, het grootste hospice van Nederland met 18 bedden. Hier komen
mensen niet om beter te worden, maar om te sterven. 95% van de mensen
daar heeft kanker.
Ze laten mevrouw Kokkeler zien die longkanker heeft, en nog maar
32 kilo weegt. Op het eerste gezicht schrik ik van haar. Ze is oud,
kaal, schrikbarend mager en kan alleen nog maar fluisteren. Maar dood
gaan wil ze niet.
'Ik vind het zo erg dat ik niet meer bij de 18de verjaardag van mijn kleindochter kan zijn,' zegt ze stilletjes.
Toch probeert ze van ieder moment te genieten, ook al kan ze niets meer
zelf. Met douchen heeft ze hulp nodig, en met eten ook. Haar zoon moet
haar voeren.
'Gek he,' zegt hij, 'dit deed je vroeger bij mij en nu ik bij jou!'
Er verschijnt een flauwe glimlach op het gezicht van mevrouw
Kokkeler en een moment later geeft ze haar zoon op zijn kop omdat hij
de mayonaise bij een frietje vergat.
Het zijn stille tekenen van doorzetten, van niet willen opgeven, van je plaats opeisen. Niet zomaar de witte vlag uithangen, maar de ander ervoor laten vechten.
Ik vraag me af waarom een verpleegster werk als dit zou willen
doen. In Cadenza zijn er 200 sterfgevallen per jaar, en de dood is in
dit tehuis absoluut aanwezig. Lang hoef ik niet op antwoord te wachten.
'Het is het puurste werk wat je als verpleegster kan doen,' zegt
een van de medewerkers. 'Als je er niet meer voor kan zorgen dat iemand
beter wordt, zorg er dan wel nog voor dat iemand waardig kan sterven.'
En van waardig sterven heeft mevrouw Onneweer wel kaas gegeten.
Darmkanker, met uitzaaiingen naar de lever, en ze is er helemaal klaar
mee.
'Ik kon nog een chemokuur doen,' begint ze haar verhaal, 'en dat
zou mijn leven met 2 jaar kunnen rekken. Maar op mijn leeftijd, nee
hoor, ik ben nu zo oud dat rekken ook geen zin meer heeft.'
Toch komt ze niet verdrietig over, ze heeft zelfs een levensvreugde in haar ogen die ik bij weinig mensen nog maar zie.
'Bent u bang voor de dood?' vraagt de interviewster.
'Nee,' zegt mevrouw Onneweer absoluut. 'Je hoeft er niet bang voor te zijn, als je maar goed geleefd hebt!'
En op de vraag of ze wel goed geleefd heeft, begint mevrouw Onneweer te schaterlachen. 'En óf ik goed geleefd hebt!' roept ze uit.
Ze laten haar zien als ze in het zonnetje zit, met een hoedje op en
haar blik waardig. Het is onmogelijk om te geloven dat deze vrouw
doodziek is, want ze lijkt nog veel te veel zin in het leven te hebben.
Op de vraag of ze het niet moeilijk vindt om afscheid te nemen zegt ze nee.
'Dat heb ik al lang gedaan. Met afscheid nemen moet je niet wachten tot het laatst, want dan is het te laat.'
Mevrouw Onneweer staart de tuin in en heel even krijgt ze toch een droevig moment.
'Uiteindelijk heeft het allemaal geen zin meer, alles wordt
zinloos,' zucht ze, en een moment later krijgt ze weer een opleving.
'Maar ze peppen je hier wel goed op hoor! Dat doen ze echt heel goed!'
Een verpleegster staat in de hal en op de vraag of het werk niet
deprimerend is schudt ze resoluut nee. 'Nee, absoluut niet. De dood
hoort bij het leven, omdat je dood gaat zoals je geleefd hebt.'
De zin blijft me de rest van de aflevering bij. Je gaat dood zoals
je geleefd hebt. Ik weet niet of het waar is, ik weet eigenlijk ook
niet zo goed wat ermee wordt bedoeld.
Ik kan alleen maar hopen dat iedereen sterft zoals hij geleefd heeft, want die kans wordt mensen vaak ontnomen.
Mevrouw Onneweer staat onder de douche en een verpleegster wast haar rug.
'Oh heerlijk vind ik dat,' zegt ze, terwijl ze zichtbaar genietend onder de waterstraal staat.
'En goed schrobben hoor, goed schrobben!'
De verpleegster moet even lachen en waarschuwt dan dat het ook niet te hard moet.
'Ach natuurlijk wel,' roept mevrouw Onneweer uit, 'lekker hard schrobben!'
Met dichte ogen staat ze onder de douche en verzucht dan; 'ja dat vind ik écht lekker..'